Er zijn twee uitersten in de evangelieprediking: óf te weinig, óf te veel nadruk op zondebesef.
De Heer Jezus vertelt over een zaaier, die zijn zaad uitstrooit1.
Het zaad komt op vier soorten bodems terecht komt.
Één daarvan is 'rotsachtige plaatsen'2.
De Heer wil daarmee laten zien dat het Woord van God (het zaad) terecht kan komen bij mensen,
die 'het terstond met vreugde aannemen, maar geen wortel hebben in zichzelf'.
Iemand die zo het evangelie aanneemt, mist een belangrijk punt: er is geen berouw, alleen
maar vreugde.
Die blijdschap is echter van korte duur, omdat er geen diepte is.
De boodschap kan geen wortel schieten.
Iemand die zich bekeert heeft altijd enig besef van zonden en heeft daar spijt van.
In sommige kringen wordt zó de nadruk gelegd op zondebesef, dat er geen zicht meer is
op genade.
Het zondebesef wordt dan een doel op zichzelf.
Hoe meer de zonde doorleefd wordt, hoe makkelijker God tot vergeving kan overgaan.
Maar eigenlijk levert dat het idee op dat ik bij God in een goed blaadje moet komen,
en dan is het geen genade meer.
Gelukkig gebruikt de Heer onze hoeveelheid berouw niet als een soort thermometer.
Ik mag komen zoals ik ben, net als die ene zondares in Lukas 73.
Aan haar tranen is te zien dat ze echt berouw heeft, maar ze hoeft niets te zeggen.
Ze knielt eenvoudig bij de Heer, en Hij vergeeft haar.
Er is nog iets anders te leren uit dit voorval.
De Heer vergelijkt haar gedrag met het gedrag van Simon, de farizeeër, en wel op het
punt van schuldbesef.
Simon en de andere farizeeërs kijken op deze vrouw neer, die kennelijk bekend staat
om haar zonden.
In hun visie is het terecht dat de Heer juist bij hén is, want zij zijn immers
niet zulke zondaars.
Maar als de Heer had geweten wie deze vrouw was, dan had Hij haar niet laten begaan.
Zo denken zij.
Aan de hand van een korte gelijkenis4
legt de Heer
uit dat Hij niet naar het vrome buitenkantje kijkt, maar naar iemands geweten.
Deze vrouw komt met haar hart naar de Heer. Ze heeft Hem lief, omdat Hij de Enige is die
haar vergeven kan.
Vandaag zijn er nogal wat 'farizeeërs', die zichzelf misschien wel zondig vinden,
maar zich nog altijd een stuk beter vinden dan die anderen, op wie iedereen neerkijkt.
Ook vandaag kan zo'n Simon zich wel bekeren5,
maar zolang hij neerkijkt op iemand anders, heeft hij weinig begrepen van zijn eigen verloren
toestand voor God. En heeft hij dús weinig begrepen van vergeving en genade.
Zo'n Simon-van-vandaag heeft weinig lief.
Hoe meer ons vergeven is, hoe meer we liefhebben6.